Aanvullend wedstr. regl. bandstoten Teams


Aanvullend Wedstrijdreglement Bandstoten

 

 

  1. Het aantal te maken caramboles in de competitie bandstoten bedraagt 30 maal het aanvangsmoyenne. Het minimum aantal te maken caramboles is vastgesteld op 12. De maximale lengte van een partij is vastgesteld op 50 beurten. Voor nieuwe spelers in de competitie bandstoten, van wie nog geen bandstootmoyenne bekend is, wordt het gemiddelde bepaald op 65% van het libremoyenne. Zij krijgen ## achter hun naam. Spelers die minder dan drie wedstrijden spelen, krijgen in het volgende seizoen weer ## achter hun naam.
  2. Het minimumaantal te maken caramboles in de hoogste klasse is 28, in de laagste klasse 12. In de overige klassen is het minimum afhankelijk van het aantal klassen.
  3. Eindmoyenne wordt aanvangsmoyenne nieuw seizoen mits er 3 wedstrijden zijn gespeeld. Na de eerste helft van de competitie wordt het bandstootmoyenne voor de spelers met ## achter hun naam herzien, naar boven of naar beneden. Zie wedstrijdreglement libre, art. 10. Voor extreme gevallen kan de competitieleider besluiten een uitzondering te maken. Het minimum van de klasse waarin deze speler uitkomt, blijft echter altijd gehandhaafd.
  4. De regels voor de puntentelling, het roulatiesysteem en het inzetten van vaste reserves zijn hetzelfde als in de librecompetitie. In het belang van de competitie heeft de competitieleider het recht om eventueel dispensatie te geven.
  5. Een team bestaan uit minimaal 4 spelers tot maximaal 8 spelers en er kunnen maximaal 4 spelers per wedstrijd deelnemen.
  6. De thuisspelende vereniging begint van acquit met de witte bal. In de competitie bandstoten mag worden gespeeld met ballen met stippen.
  7. Een carambole is pas geldig, wanneer de derde bal wordt geraakt, nadat de speelbal tenminste één band of meerdere banden heeft geraakt. Het gelijktijdig raken van de derde bal en de voorgeschreven band levert geen geldige carambole op!
  8. Bij bandstoten ontbreken de verboden hoeken op het speelvak.
  9. Wanneer de speelbal “vast aan de band” ligt, moet de arbiter annonceren: “vast aan  band “.  De speler moet dan van die band afspelen.
  10. Spelen met de verkeerde bal: zie wedstrijdreglement libre, art. 1.12. (zie het document: “Spelen met de verkeerde bal”).
  11. Bij aanvang van de 49e beurt annonceert de arbiter duidelijk “voorlaatste beurt” en bij de 50e beurt “U begint aan de laatste beurt”.

          De speler die de partij niet is begonnen, heeft de gelijkmakende beurt via de aanvangsstoot.

   12. Wanneer een bal uit het biljart springt of het houtwerk raakt, is de eventueel gemaakte carambole ongeldig en mag niet geteld                  worden.

   13. Ligt bij het bandstoten de speelbal vast tegen 1 of beide andere ballen, dan kan een speler kiezen uit:
          a. Het spelen via de niet-vastliggende bal, dus van de vastliggende bal af.
          b. Het op het acquit laten plaatsen van de alle speelballen. 

   14. Springen een of meerdere ballen uit het biljart of raken ze het houtwerk, dan dienen alle ballen of de ballen die het houtwerk                      hebben geraakt op acquit te worden geplaatst.

   15. Tussenstanden en uitslagen worden gemeld op de website http://www.biljartpoint.nl

   16. In gevallen waarin het aanvullend reglement Persoonlijke Kampioenschappen bandstoten niet voorziet is het bestuur bevoegd tot            het nemen van een beslissing.

          Deze beslissing is bindend.

 

 

HvB/bestuur/februari 2019.